Nederlands Engels Les 28 Woordenschat les

Engels :: Les 28. Tijd: Afspraak

loading

Woordenschat :: Engels Nederlands

What day?
Welke dag?
What month?
Welke maand?
When?
Wanneer?
When is your appointment?
Hoe laat is jouw afspraak?
Wake me up at 8
Maak me wakker om 8 uur
Can we talk about it tomorrow?
Kunnen wij er morgen over praten?
Afterward
Naderhand
Always
Altijd
Before
Voordat
Early
Vroeg
Later
Later
Many times
Vele malen
Never
Nooit
Now
Nu
Once
Eens
Sometimes
Soms
Soon
Gauw