Lezione di pronuncia Flashcards Quiz di vocabolario Tris Memory Quiz di ascolto

Olandese :: Lezione 95 Salute: Parlare con il medico

Vocabolario

Hai le stampelle?
Heb je krukken?
Distorsione
Verstuikt
L’osso è rotto
Je hebt een bot gebroken
Mi serve un analgesico
Ik heb medicijnen nodig voor de pijn
Non ho la pressione alta
Ik heb geen hoge bloeddruk
Sono incinta
Ik ben zwanger
Ho un eritema
Ik heb uitslag
La ferita è infetta
De snee is geïnfecteerd
Guarda questo ematoma
Kijk naar de kneuzing
Influenza
Griep
Ho il raffreddore
Ik ben verkouden
Ho i brividi
Ik heb rillingen
Dove fa male?
Waar doet het pijn?
Dappertutto
Overal
Da quanto si sente così?
Hoe lang voel je je al zo?
Mi sento così da tre giorni
Ik voel me al drie dagen zo
Prende qualche medicina?
Neem je medicijnen?
Sì, per il cuore
Ja, voor mijn hart