Lezione di pronuncia Flashcards Quiz di vocabolario Tris Memory Quiz di ascolto

Olandese :: Lezione 48 Albergo: Prenotazioni

Vocabolario

Puoi consigliare un albergo economico?
Kunt u een goedkoop hotel aanbevelen?
Quanto costa alla notte?
Hoeveel kost het per nacht?
Mi fermo tre settimane
Ik zal er drie weken blijven
Quanto costa alla settimana?
Hoeveel kost het per week?
Ci sono camere libere?
Heeft u een kamer vrij?
C’è la piscina?
Heeft u een zwembad?
Dov’è la piscina?
Waar is het zwembad?
Posso vedere la camera?
Mag ik de kamer zien?
C’è qualcosa di più economico?
Is er een goekopere?
C’è il ristorante?
Heeft u een restaurant?