Lezione di pronuncia Flashcards Quiz di vocabolario Tris Memory Quiz di ascolto

Olandese :: Lezione 46 Albergo: Registrazione

Vocabolario

Ho prenotato
Ik heb een reservering
Camera d’albergo
Hotel kamer
La stanza ha un letto matrimoniale?
Heeft de kamer een tweepersoonsbed?
Ci fermiano due settimane
We zijn hier voor twee weken
Ha il bagno privato?
Heeft het een privé badkamer?
Vorremmo una camera frontemare
We zouden graag uitzicht op zee hebben
Ci servono tre chiavi
We hebben drie sleutels nodig
Ha due letti?
Heeft het twee bedden?
Offrite il servizio in camera?
Hebben jullie bediening op de kamer?
Sono inclusi i pasti?
Zijn de maaltijden inbegrepen?
Sono un ospite
Ik ben een gast