Italiano Olandese Lezione 26 Vocabolario

Olandese :: Lezione 26. Tempo: Che giorno è?

loading

Vocabolario :: Olandese Italiano

Tweeduizendelf
Duemila undici
Tweeduizendtwaalf
Duemila dodici
TweeduizendDertien
Duemila tredici
Tweeduizendviertien
Duemila quattordici
Tweeduizendvijftien
Duemila quindici
Tweeduizendzestien
Duemila sedici
Tweeduizendzeventien
Duemila diciassette
Tweeduizendachtien
Duemila diciotto
Tweeduizendnegentien
Duemila diciannove
Welke dag is het vandaag?
Che giorno è oggi?
Vandaag is het éénentwintig november TweeduizendDertien
Oggi è il ventuno novembre duemila tredici
Vorige week
La settimana scorsa
Vorige maand
Il mese scorso
Volgende week
La settimana prossima
Volgende maand
Il mese prossimo
Volgend jaar
L’anno prossimo
Vanavond
Stanotte
Gisteravond
Ieri notte
Morgen ochtend
Domani mattina
Eergisteren
Due giorni fa
Overmorgen
Dopodomani
Weekend
Fine settimana