Cours de prononciation Cartes éclair Test de vocabulaire Morpion Jeu de mémoire Test d’écoute

Néerlandais :: Leçon 91 Vacances: Bugs et les insectes

Vocabulaire

Je n’aime pas les insectes
Ik hou niet van insecten
Abeille (la)
Bij
Y a-t-il toujours autant de mouches?
Zijn er altijd zoveel vliegen?
Quel genre d’araignée?
Wat voor soort spin?
Ver (le)
Worm
Papillon (le)
Vlinder
Coccinelle (la)
Lieveheersbeestje
Fourmi (la)
Mier
Chenille (la)
Rups
Les cafards ne sont pas propres
Kakkerlakken zijn vies
C'est un antimoustiques
Dit is een insectenafweermiddel