Vocabulary lesson Flashcards Matching game Tic-tac-toe Concentration game Listening game

Dutch :: Lesson 102 Employment: Looking for work

Vocabulary

Do you have a working permit?
Heeft u een werkvergunning?
I have a working permit
Ik heb een werkvergunning
I do not have a working permit
Ik heb geen werkvergunning
When can you start?
Wanneer kun je beginnen?
I pay ten dollars an hour
Ik betaal tien dollar per uur
I will pay you per week
Ik betaal je wekelijks
Per month
Per maand
Be here at 8:00 AM
Je moet om acht uur aanwezig zijn
Work ends at 4:30
Werk eindigt om half vijf
You have Saturdays and Sundays off
Je hebt zaterdag en zondag vrij
You will wear a uniform
Je zal een uniform dragen
You do it like this
Zo doe je dat