English Dutch Lesson 60 Vocabulary lesson

Dutch :: Lesson 60. Shopping: Jewelry

loading

Vocabulary :: Dutch English

Juwelier
Jeweler
Juwelen
Jewelry
Horloge
Watch
Broche
Brooch
Ketting
Necklace
Oorbellen
Earrings
Ring
Ring
Armband
Bracelet
Kunt u me het horloge laten zien?
Could you show me the watch?
Hoeveel kost het?
How much does it cost?
Het is te duur
It is too expensive
Heeft u iets goedkopers?
Do you have anything cheaper?
Kunt u dit als kado inpakken, alstublieft?
Can you wrap it as a gift, please?
Hoeveel ben ik je schuldig?
How much do I owe you?