English Dutch Lesson 57 Vocabulary lesson

Dutch :: Lesson 57. Shopping: Show me

loading

Vocabulary :: Dutch English

Ik ga winkelen
I am going shopping
Waar is het winkelgedeelte?
Where is the main shopping area?
Ik wil naar het winkelcentrum
I want to go to the shopping center
Kun jij me helpen?
Can you help me?
Ik kijk even
I am just looking
Kunt u mij een paar shirts laten zien?
Could you show me some shirts?
Waar is de pashok?
Where is the changing room?
Kan ik dit aanproberen?
Can I try it on?
Deze kleur past niet bij mij
The color doesn't suit me
Heb je dit in een andere kleur?
Do you have it in another color?
Ik hou er van
I like it
Ik hou er niet van
I don’t like it