Vocabulary lesson Flashcards Matching game Tic-tac-toe Concentration game Listening game

Dutch :: Lesson 49 Hotel: Time to go

Vocabulary

I need to rent a car
Ik moet een auto huren
Where is the American embassy?
Waar is de Amerikaanse Ambassade?
I like the balcony
Ik hou van het balkon
Where can I find a taxi?
Waar kan ik een taxi vinden?
I need a bellhop
Ik heb een piccolo nodig
Can you get me a taxi?
Kunt u een taxi voor me regelen?
I am ready to check out
Ik ben klaar om uit te checken
I enjoyed my stay
Ik vond mijn verblijf prettig
This is a beautiful hotel
Het is een mooi hotel
Your staff are outstanding
Uw personeel is uitmuntend
I will recommend you
Ik zal u aanbevelen
Thank you for everything
Hartelijk bedankt voor alles