English Dutch Lesson 45 Vocabulary lesson

Dutch :: Lesson 45. Travel: Arriving at your destination

loading

Vocabulary :: Dutch English

Welkom
Welcome
Hier is mijn paspoort
Here is my passport
Heb je iets om aan te geven?
Do you have anything to declare?
Ja, ik heb iets om aan te geven
Yes, I have something to declare
Nee, ik heb niets om aan te geven
No, I have nothing to declare
Ik ben hier voor zaken
I am here on business
Ik ben hier op vakantie
I am here on vacation
Ik zal hier een week zijn
I will be here one week
Ik verblijf in het Marriott hotel
I am staying at the Marriott hotel
Waar kan ik mijn baggage ophalen?
Where can I claim my luggage?
Waar is de douane?
Where is customs?
Kunt u me alstublieft helpen met mijn bagage?
Could you please help me with my bags?
Kan ik uw baggage afhaal bon zien?
Could I see your baggage claim ticket?