English Dutch Lesson 18 Vocabulary lesson

Dutch :: Lesson 18. Directions: Where?

loading

Vocabulary :: Dutch English

Achter de
In back of
Voor de
In front of
Naast
Beside
Eerste deur aan de rechter kant
First door on the right
Bij het vierde stoplicht naar rechts
At the fourth light turn right
Begrijp je me?
Do you understand me?
Noord
North
West
West
Zuid
South
Oost
East
Naar rechts
To the right
Naar links
To the left
Is er een lift?
Is there an elevator?
Waar is de trap?
Where are the stairs?
In welke richting?
In which direction?
Tweede deur aan de linker kant
Second door on the left
Bij de hoek naar links
At the corner turn left