Vocabulary lesson Flashcards Matching game Tic-tac-toe Concentration game Listening game

Dutch :: Lesson 5 Start: Pronouns

Vocabulary

I
Ik
You (informal)
Jij
You (formal)
U
He
Hij
She
Zij
We
Wij
You (plural)
Jullie
They
Zij
My
Mijn
Your
Jouw
His
Zijn
Her
Haar
This
Dit
That
Dat
These
Deze
Those
Die