English Dutch Shopping Vocabulary lesson

Dutch :: Shopping

loading

Vocabulary :: Dutch English

Ik kijk even rond
I’m just browsing
Hoeveel kost dit?
How much is this?
Leuke winkelstraat
Nice shopping street
Het is te duur, helaas
It’s too expensive, unfortunately
Het is erg goedkoop
It’s very cheap
Wat een koopje!
What a bargain!
Kunt u dit voor mij inpakken, alstublieft?
Could you wrap this for me, please?
(Er is) veel keuze hier
Lots of choice here
Zijn deze beschikbaar in verschillende kleuren?
Do these come in different colours?
Dank u voor uw hulp
Thank you for your help
Ik wil dit graag terugbrengen
I’d like to return this
Dit is tweedehands
This is second hand
Het is helaas uitverkocht
It’s sold out unfortunately
Is dit modieus?
Is this fashionable?
Is dit nog op voorraad?
Is this still in stock?
Dit blik is voorbij de uiterste verkoopdatum
This can is past it's sell-by date
Het is een kwestie van smaak
It's a matter of taste
Vind je het mooi?
Do you think it's beautiful
Je kan nooit genoeg schoenen hebben
You can never have enough shoes
Ik zou de manager willen spreken
I'd like to talk to the manager
Het is kapot
It's broken
Er zit een gat in
There a hole in it