English Dutch Friendship Vocabulary lesson

Dutch :: Friendship

loading

Vocabulary :: Dutch English

Je bent een goede vriend
You are a good friend
Kan ik iets voor je doen?
Can I do something for you?
Hoe gaat het met je?
How are you?
Hoe gaat het met je kinderen?
How are your children?
Hoe gaat het met je ouders?
How are your parents?
Ben je tevreden met je werk?
Are you happy with your job?
Ik vind het heel fijn je ontmoet te hebben
I'm so pleased we've met
Ik heb een cadeautje voor jou
I've got a present for you
Wanneer zullen we elkaar ontmoeten?
When shall we meet?
Je ziet er geweldig uit
You look great
Je ziet er niet goed uit
You don't look well
Zorg je wel goed voor jezelf?
Do you look after yourself?
Kom je bij ons langs om te eten?
Will you join us for dinner?
Je betekent veel voor mij
You mean a lot to me
Waarom heb je dat gedaan?
Why did you do that?
Je hebt mij pijn gedaan
You've hurt me
Dit is niet goed
This is not ok
Dit is precies wat ik wilde
This is exactly what I wanted
Je maakt mij erg gelukkig
You make me very happy
Zullen we samen het diner voorbereiden?
Shall we prepare dinner together?
Dit is fijn
This is nice
We hebben genoten van het eten
We have enjoyed dinner
Ik geniet van je gezelschap
I enjoy your company
Zullen we een afspraak maken?
Shall we make an appointment?
Je bent welkom om te blijven logeren
You're welcome to stay over
Kan ik je hiermee helpen?
CanI help you with this?
Wat een verrassing!
What a surprise!
Ik had jou niet verwacht
I didn't expect you
Zullen wij een andere keer afspreken?
Shall we meet some other time?
Ik voel mij op mijn gemak bij jou
I feel at ease with you