Vocabulary lesson Flashcards Matching game Tic-tac-toe Concentration game Listening game

Friendship

Vocabulary

You are a good friend
Je bent een goede vriend
Can I do something for you?
Kan ik iets voor je doen?
How are you?
Hoe gaat het met je?
How are your children?
Hoe gaat het met je kinderen?
How are your parents?
Hoe gaat het met je ouders?
Are you happy with your job?
Ben je tevreden met je werk?
I'm so pleased we've met
Ik vind het heel fijn je ontmoet te hebben
I've got a present for you
Ik heb een cadeautje voor jou
When shall we meet?
Wanneer zullen we elkaar ontmoeten?
You look great
Je ziet er geweldig uit
You don't look well
Je ziet er niet goed uit
Do you look after yourself?
Zorg je wel goed voor jezelf?
Will you join us for dinner?
Kom je bij ons langs om te eten?
You mean a lot to me
Je betekent veel voor mij
Why did you do that?
Waarom heb je dat gedaan?
You've hurt me
Je hebt mij pijn gedaan
This is not ok
Dit is niet goed
This is exactly what I wanted
Dit is precies wat ik wilde
You make me very happy
Je maakt mij erg gelukkig
Shall we prepare dinner together?
Zullen we samen het diner voorbereiden?
This is nice
Dit is fijn
We have enjoyed dinner
We hebben genoten van het eten
I enjoy your company
Ik geniet van je gezelschap
Shall we make an appointment?
Zullen we een afspraak maken?
You're welcome to stay over
Je bent welkom om te blijven logeren
CanI help you with this?
Kan ik je hiermee helpen?
What a surprise!
Wat een verrassing!
I didn't expect you
Ik had jou niet verwacht
Shall we meet some other time?
Zullen wij een andere keer afspreken?
I feel at ease with you
Ik voel mij op mijn gemak bij jou