Vocabulary lesson Flashcards Matching game Tic-tac-toe Concentration game Listening game

Having a dinner party

Vocabulary

How many guests can sit at this dinner table?
Hoeveel gasten kunnen aan deze eettafel zitten?
Is there enough wine/beer/champagne?
Is er genoeg wijn/bier/champagne?
Do we have soft drinks and fruit juice?
Hebben we frisdrank en vruchtensappen?
I've set the table for six people.
Ik heb de tafel voor zes personen gedekt.
It’s going to be a three course meal.
Het gaat een 3 gangen maaltijd worden.
In between courses there will be enough time to have a smoke.
Tussen de gangen zal er genoeg tijd zijn om te roken.
Water from the tap will do fine.
Water van de kraan is prima.
I’ll go to the supermarket tomorrow.
Ik ga morgen naar de supermarkt.
I’ve made a chicken dish instead of fish.
Ik heb een kipgerecht gemaakt in plaats van vis.
Don’t forget to take the salmon out of the oven in time!
Vergeet niet de zalm op tijd uit de oven te halen!
Which wine goes well with this dish?
Welke wijn past goed bij dit gerecht?
I think our guests will arrive in one hour.
Ik denk dat onze gasten over een uur arriveren.
I don’t think Harry should sit beside Sally.
Ik denk niet dat Harry naast Sally moet gaan zitten.
Why are you panicking?
Waarom ben je zo paniekerig?
Is it too late to order some Chinese?
Is het te laat om Chinees te bestellen?
It looks wonderful and smells amazing.
Het ziet er prachtig uit en ruikt heerlijk.
How long did this dinner take you to make?
Hoe lang heb je gedaan over dit diner?
These knives are quite blunt.
Deze messen zijn vrij bot.
This combination of tomatoes and soy sauce dressing is heavenly.
Deze combinatie van tomaten en sojasaus is heerlijk.
Have another helping of potatoes if you like.
Neem nog een portie aardappelen als je wilt.
I think I ate too much, I need to lie down for a bit.
Ik denk dat ik teveel heb gegeten, ik moet even gaan liggen.
You should start your own restaurant!
Je zou een eigen restaurant moeten gaan beginnen!